Meer Amsterdammers aan het werk, jeugdwerkloosheid neemt toe
- Isabel Orlemans, Feiko de Grip
- 7 juli 2026
In 2025 steeg het aandeel werkende Amsterdammers en Weespers opnieuw. Sinds het einde van de coronacrisis neemt de arbeidsparticipatie elk jaar toe. Afgelopen jaar bleef de toename wel beperkt tot de hbo- en wo-opgeleide inwoners. Dat is de groep die al het vaakst betaald werk heeft. Onder basis- en mbo-opgeleide inwoners blijft de arbeidsparticipatie nu ongeveer gelijk. Tegelijkertijd steeg ook de werkloosheid licht, vooral onder jongeren.

In 2025 hadden 558 duizend inwoners van de gemeente Amsterdam (hierna: Amsterdammers) betaald werk voor minstens een uur per week. Dit komt neer op 74,2 procent van alle 15- tot 75-jarige inwoners. In 2024 ging het om 73,4 procent.
Tegelijkertijd is ook de werkloosheid licht toegenomen: van 5,1 procent in 2024 naar 5,3 in 2025. Dit komt doordat meer jongeren (15- tot 27-jarigen) actief zoeken naar werk. Onder de werkloze inwoners valt iedereen tussen de 15 en 74 jaar die niet werkt, maar daar wel naar op zoek is én direct beschikbaar is.
De groei van het aantal werkenden en werklozen gaat gepaard met een daling van het aantal Amsterdammers dat niet werkt en daar ook niet naar op zoek is (de niet-beroepsbevolking). Het aandeel van deze groep neemt al een aantal jaar gestaag af, van 26 procent in 2019 naar 22 procent in 2025. Een groeiend deel van de Amsterdammers werkt dus of is hiernaar opzoek.
Terwijl de arbeidsparticipatie in Amsterdam toenam in 2025, bleef deze in Nederland gemiddeld gelijk. Ook vergeleken met de andere grote steden is de ontwikkeling in Amsterdam relatief gunstig. In Rotterdam nam de arbeidsparticipatie iets af, in Den Haag en in Utrecht is het beeld stabiel.
De arbeidsparticipatie in Amsterdam ligt rond het landelijk gemiddelde. Door verschillen in de bevolkingssamenstelling ligt de arbeidsparticipatie in Rotterdam en Den Haag lager en in Utrecht juist hoger dan in Amsterdam. Zo zijn er in Amsterdam en Utrecht meer hbo- en wo-opgeleide mensen en 25- tot 55-jarigen dan in Rotterdam en Den Haag. Dit zijn de groepen die vaker werk hebben.
De werkloosheid steeg ook in Nederland en de andere grote steden. De stijging in Amsterdam is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde en dat in Utrecht. In Rotterdam en Den Haag nam de werkloosheid harder toe.
Arbeidsparticipatie alleen gestegen onder hbo/wo-opgeleide inwoners
De toegenomen arbeidsparticipatie in 2025 komt doordat Amsterdammers met een hbo- of wo-opleiding vaker werk hadden. Ook zijn er verhoudingsgewijs steeds meer hbo/wo-opgeleide mensen in Amsterdam. De arbeidsparticipatie steeg in deze groep van 84 naar 85 procent. Onder basis- en mbo-opgeleide inwoners nam deze juist iets af, tot respectievelijk 52 en 71 procent. Het verschil in arbeidsparticipatie tussen de onderwijsniveaus is dus groter geworden.
De afgelopen jaren werd het verschil juist kleiner. Vergeleken met 2019, het laatste jaar voor de coronacrisis, nam de arbeidsparticipatie sterker toe onder basis- en mbo-opgeleide inwoners dan onder hbo/wo-opgeleide inwoners. Door de krappe arbeidsmarkt vonden deze groepen makkelijker werk. Ook werken zestigers langer door als gevolg van de verhoging van de pensioenleeftijd. Dit geldt voor alle opleidingsniveaus, maar basis- en mbo-opgeleide werkenden zijn relatief vaak ouder dan 60 jaar.
Als we kijken naar het werkloosheidspercentage werden de verschillen de afgelopen jaren ook kleiner. Vergeleken met 2019 nam de werkloosheid af onder inwoners met een basis- of mbo-opleiding en nam deze toe onder hbo/wo-opgeleide inwoners.
Jeugdwerkloosheid stijgt, vooral onder niet-onderwijsvolgenden
Verschillen tussen opleidingsniveaus hangen deels samen met verschillen tussen leeftijdsgroepen. Jongeren (15 tot 27 jaar) gaan vaak nog naar school of studeren. Een deel werkt daarnaast, maar dit is vaak niet hun belangrijkste bezigheid. Vaak is de hoogste opleiding die jongeren op dit moment hebben afgerond een basis- of mbo-opleiding. Daarom vallen zij relatief vaak binnen de groep basis- en mbo-opgeleide inwoners.
Ook inwoners van 55 jaar en ouder zijn relatief vaak basis- of mbo-opgeleid. Voor deze groep verandert dit vaak niet meer, al kunnen ze door hun werkervaring vaker op een ander niveau werk zoeken. Amsterdammers tussen de 27 en 55 jaar hebben juist relatief vaak een hbo- of wo-diploma.
In 2025 steeg het aandeel werkenden in de meeste leeftijdsgroepen licht. Alleen onder jongeren tot 27 jaar bleef het gelijk. De grootste toename zien we onder de 27- tot 44-jarigen en 55- tot 66-jarigen. De arbeidsparticipatie van deze laatste groep neemt toe door de verhoging van de AOW-leeftijd.
De stijging van de werkloosheid in Amsterdam in 2025 is een gevolg van een toename van de werkloosheid onder jongeren. Onder alle andere leeftijdsgroepen bleef de werkloosheid gelijk of daalde deze licht. De jeugdwerkloosheid steeg van 9,4 procent in 2024 naar 10,4 procent in 2025. De jeugdwerkloosheid is daarmee hoger dan vóór de coronacrisis (2019), maar lager dan tijdens deze crisis (2020 en 2021).
In het afgelopen jaar steeg de werkloosheid zowel onder jongeren die onderwijs volgen als onder jongeren die dit niet (meer) doen. De toename was wel sterker in de laatste groep: van 7 procent in 2024 naar 9 procent in 2025. Ook ten opzichte van 2019 is de werkloosheid het sterkst gestegen onder jongeren die geen onderwijs volgen.
Vrouwen in Amsterdam werken vaker voltijds dan landelijk
Amsterdammers werken meer uren dan Nederlanders gemiddeld. Zo werkt 60 procent van de Amsterdamse werkenden voltijds (35 uur per week of meer), tegenover 51 procent gemiddeld in Nederland.
Dit komt doordat Amsterdamse vrouwen vaker voltijds werken dan landelijk: 48 procent van de vrouwen in Amsterdam werkt voltijds, tegenover 31 procent landelijk. Dit geldt voor alle opleidingsniveaus. Onder mannen is het aandeel dat voltijds werkt in Amsterdam wel gelijk aan dat in Nederland.
Amsterdammers in alle leeftijdsgroepen werken vaker voltijds dan landelijk. Het verschil is relatief gezien het grootst onder jongeren. Als we kijken naar opleidingsniveau, dan zijn er alleen onder hbo/wo-opgeleiden grote verschillen te zien. Amsterdammers met een hbo- of wo-opleiding werken ook vaker voltijds dan Nederlanders met dit opleidingsniveau gemiddeld.
Over het algemeen geldt dat de groepen die vaker betaald werk hebben ook meer uren werken. Zo werken Amsterdammers met een hbo/wo-opleiding en 27- tot 49-jarigen vaker dan gemiddeld en doen ze dit voor gemiddeld meer uren per week.