Amsterdams Kiezersonderzoek 2026
- Publicatie
- augustus 2026
Dit rapport brengt het stemgedrag, de partijkeuze, de ervaren politieke vertegenwoordiging en het politieke vertrouwen van jongvolwassenen van 18 tot en met 27 jaar in Nieuw-West, Noord en Zuidoost in beeld. De resultaten geven inzicht in kenmerken en opvattingen die voor jongvolwassen Amsterdammers een rol spelen om wel of niet te gaan stemmen. Ook brengt het onderzoek in kaart hoe jongvolwassen Amsterdammers aankijken tegen de lokale politiek. In totaal namen 464 respondenten deel aan het onderzoek.

Dit onderzoek is een samenwerking tussen Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam en de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De belangrijkste resultaten zijn:
Zie ook
- Redenen niet-stemmers: niet-stemmers noemden vooral gebrek aan politieke interesse, onbekendheid met de verkiezingen, onvoldoende kennis over hoe te stemmen en weinig politiek vertrouwen als redenen om niet te gaan stemmen.
- Herkomst en stemmen: respondenten met ten minste één buiten Nederland geboren ouder stemden duidelijk minder vaak dan respondenten met twee in Nederland geboren ouders: 70 tegenover 93 procent. Ook geboren Amsterdammers en respondenten die buiten Europa zijn geboren stemden relatief minder vaak.
- Opleiding en woonsituatie en stemmen: hbo- en universitair opgeleide jongvolwassenen stemden vaker dan respondenten met een middelbare of mbo-opleiding. Thuiswonende jongvolwassenen stemden duidelijk minder vaak dan zelfstandig wonende respondenten (met of zonder huisgenoot).
- Politieke betrokkenheid en stemmen: onder de stemmers zijn er relatief veel respondenten die zich invloedrijk en vertegenwoordigd voelen. De sterkste samenhang is ook zichtbaar bij politieke begrijpelijkheid: van degenen die politiek te ingewikkeld vinden stemde 65 procent, tegenover 91 procent van degenen die politiek niet te ingewikkeld vinden.
- Partijkeuze: GroenLinks was met 25 procent de grootste partij onder de stemmende respondenten, gevolgd door BIJ1 en PvdA. De verdeling kwam in grote lijnen overeen met de officiële uitslagen in de drie stadsdelen. De belangrijkste uitzondering was DENK in Nieuw-West, dat in de steekproef sterk was ondervertegenwoordigd.
- Verschillen in partijvoorkeur tussen groepen: vrouwelijke respondenten stemden relatief vaker op PvdD, GroenLinks, De Vonk en Volt. Respondenten met ten minste één buiten Nederland geboren ouder kozen relatief vaak voor BIJ1, DENK, PvdA, SP en De Vonk.
- Ervaren vertegenwoordiging: 28 procent zegt voldoende invloed te hebben op stedelijke besluiten, 55 procent vindt dat de politiek er ook voor hen is en 38 procent voelt zich voldoende vertegenwoordigd in de gemeenteraad. 16 procent gaf geen antwoord op de vraag of zij zich voldoende vertegenwoordigd voelden in de raad of wist het niet.
- Discriminatie en herkomst en ervaren vertegenwoordiging: respondenten die discriminatie hebben ervaren en respondenten met een ouder geboren in het buitenland voelen zich vaker minder invloedrijk en minder vertegenwoordigd.
- Politiek vertrouwen: het vertrouwen is het hoogst in de gemeente en het laagst in de landelijke regering. Een positief toekomstbeeld hangt samen met meer vertrouwen en ervaren discriminatie juist met minder vertrouwen.