Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Amsterdamse Burgermonitor 2025

Een groot deel van de inwoners van de gemeente Amsterdam (hierna: Amsterdammers) voelt zich thuis in de stad (67 procent). Maar dit aandeel neemt wel af. In 2010 voelde nog 82 procent zich thuis. Deze afname zien we onder alle groepen Amsterdammers, maar wel sterker onder groepen die in omvang zijn toegenomen in de afgelopen 25 jaar. Dan gaat het om mensen die korter dan drie jaar in Amsterdam wonen en mensen met een migratieachtergrond. Dit blijkt uit de nieuwste Burgermonitor.

De Burgermonitor biedt een overzicht van het gedrag en de opvattingen van Amsterdammers op het gebied van de politiek, de gemeentelijke dienstverlening, het gebruik van media en het samenleven in de stad. Sinds 1999 verspreidt O&S een enquête onder een representatieve groep Amsterdammers. In totaal hebben dit jaar 2.437 Amsterdammers van 25 jaar en ouder de hele vragenlijst ingevuld.

Hoewel een groot deel van de Amsterdammers zich thuis voelt, vindt 54 procent dat het meer de verkeerde kant op gaat met de stad dan de goede kant. In 2025 waren de belangrijkste punten van zorg voor inwoners veiligheid en criminaliteit, afval in de stad en wonen. Deze onderwerpen komen door de jaren heen ook steeds terug als problemen die volgens Amsterdammers aangepakt moeten worden.

Tevreden met gemeentelijke dienstverlening

Het rapportcijfer voor de Amsterdamse dienstverlening is hoger dan eerdere jaren. In 2021 gaven Amsterdammers gemiddeld een 6,5 voor het laatste contact met de gemeente. In 2025 is dat gemiddeld een 6,9.

Hoewel de tevredenheid met de dienstverlening toeneemt, is het voor een deel van de Amsterdammers ingewikkeld om communicatie vanuit de gemeente te begrijpen. 17 procent heeft hulp nodig om brieven en andere schriftelijke informatie vanuit de gemeente Amsterdam te begrijpen. Specifiek hebben inwoners die in het buitenland zijn geboren en inwoners met een basisopleiding hier vaker hulp bij nodig.

Ervaren invloed laag

Het aandeel Amsterdammers dat weinig vertrouwen heeft in de regering en de Tweede Kamer is toegenomen. Het aandeel dat weinig vertrouwen heeft in het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad is een stuk lager en vrijwel stabiel sinds 2019.

Hoewel Amsterdammers redelijk vertrouwen hebben in de Amsterdamse instituties, staat de ervaren invloed op wat er voor de stad wordt besloten al jaren onder druk. Slechts 14 procent vindt dat zij voldoende invloed hebben. Een veel groter deel (46 procent) vindt dat zij onvoldoende invloed hebben.

Gescheiden leefwerelden

Amsterdammers leven grotendeels in gescheiden leefwerelden en hun netwerken zijn bovendien homogener geworden tussen 2019 en 2025. Zo heeft een meerderheid vrienden die uitsluitend of overwegend hetzelfde zijn of denken als zijzelf: ze hebben dezelfde opleiding, leeftijd, herkomst, politieke opvattingen en religieuze ideeën. Sociale netwerken zijn vooral homogeen als het gaat om religieuze ideeën en politieke opvattingen.

Er zijn daarnaast tekenen van spanning in het contact tussen Amsterdammers. Zo zien we dat een kwart de omgang tussen groepen met verschillende politieke opvattingen en religieuze ideeën als slecht ervaart. Bovendien geeft 14 procent aan dat zij mensen zijn gaan haten om hun standpunten. Dat is meer dan twee jaar geleden (10 procent). Eveneens 14 procent heeft het gevoel dat mensen met andere politieke opvattingen hun waarden en normen bedreigen.

Ondanks deze ervaren spanningen zien we ook dat driekwart van de Amsterdammers aangeeft dat compromissen sluiten noodzakelijk is, zelfs als het betekent dat niemand helemaal gelijk krijgt. Veel Amsterdammers lijken dan ook bereid om scheidslijnen te overbruggen.