Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Diversiteit werknemers gemeente Amsterdam naar herkomst, 2025

In 2025 had 40 procent van de medewerkers van de gemeente Amsterdam een Buiten-Europese herkomst. Daarmee is dit aandeel opnieuw licht gestegen. Het is nu vrijwel even hoog als het aandeel onder alle werkende Amsterdammers. Tegelijkertijd werken medewerkers met een Buiten-Europese herkomst nog altijd minder vaak in managementfuncties en hogere salarisschalen. Dat blijkt uit dit rapport van O&S, gebaseerd op cijfers van het CBS.

De gemeente Amsterdam streeft naar een divers personeelsbestand dat een afspiegeling vormt van de stad. De ambitie is dat 30 procent van de medewerkers in salarisschaal 12 en hoger een Buiten-Europese herkomst heeft. Dit vergroot de herkenbaarheid van de organisatie voor Amsterdammers en draagt bij aan een evenwichtigere personeelsopbouw.

Om zicht te houden op de culturele diversiteit binnen de organisatie heeft de gemeente het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gevraagd gegevens over de culturele diversiteit van medewerkers beschikbaar te stellen. O&S heeft deze gegevens geanalyseerd en een inventarisatie gemaakt van de situatie op 30 november 2025. De resultaten laten zien dat de samenstelling van het personeelsbestand geleidelijk verandert.

Het CBS maakt onderscheid tussen medewerkers met een Nederlandse herkomst, een Europese herkomst (zonder Nederland) en een Buiten-Europese herkomst. Iemand heeft een Nederlandse herkomst wanneer die persoon zelf én diens beide ouders in Nederland zijn geboren. Van een niet-Nederlandse herkomst is sprake wanneer iemand zelf of ten minste een van diens ouders in het buitenland is geboren.

Het aandeel medewerkers met een Buiten-Europese herkomst steeg van 38 procent in 2023 naar 39 procent in 2024 en 40 procent in 2025. Dit aandeel komt zo goed als overeen met dat onder alle werkende Amsterdammers in 2025 (41 procent).

Nieuwe medewerkers hebben relatief vaak een Buiten-Europese herkomst: 44 procent tegenover 39 procent van medewerkers die al langer bij de gemeente werken. Ook zijn er verschillen tussen clusters en directies: binnen het cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening en het cluster Sociaal is het aandeel medewerkers met een Buiten-Europese herkomst relatief hoog, terwijl dit aandeel in andere onderdelen lager ligt.

Daarnaast blijven er verschillen bestaan tussen functies en salarisschalen. Medewerkers met een Buiten-Europese herkomst werken in verhouding minder vaak in managementfuncties en hogere salarisschalen. In 2025 had 23 procent van de medewerkers in salarisschaal 12 of hoger een Buiten-Europese herkomst. Dat is iets hoger dan in voorgaande jaren, maar het streefcijfer van 30 procent wordt nog niet gehaald.

Wel hadden medewerkers die in 2025 doorstroomden naar een hogere salarisschaal ongeveer even vaak een Buiten-Europese herkomst als medewerkers zonder schaalverhoging. Dit aandeel lag in 2024 en 2023 onder doorstromers nog iets lager.