Een stad voor iedereen?
- Publicatie
- oktober 2026
Volgens de bevolkingsprognoses van O&S blijft Amsterdam de komende decennia groeien tot naar verwachting 1,08 miljoen inwoners in 2050. Maar de ontwikkelingen in het aantal geboortes en de binnenlandse en buitenlandse migratie zijn onzeker en worden beïnvloed door externe factoren en politieke keuzes. O&S heeft een aantal varianten gemaakt voor de Amsterdamse bevolkingsprognose waarin we hebben gevarieerd met de aannames over de toekomstige bevolkingsontwikkeling.

De bevolkingsprognose brengt de verwachte groei van de bevolking in beeld. Deze is gebaseerd op de meest waarschijnlijke ontwikkeling van onder andere het gemiddeld kindertal, de internationale migratie en de woningbouwaantallen in Amsterdam.
Over een deel van deze prognose zijn we vrij zeker. Zo zal de bevolking hoe dan ook gaan vergrijzen. Aan de andere kant is het aantal geboortes in de stad de afgelopen jaren gedaald. Het is de vraag of deze daling doorzet.
Daarnaast is de instroom van mensen uit het buitenland onzeker. Hoe de buitenlandse migratie zich in de toekomst ontwikkelt, is afhankelijk van wereldwijde gebeurtenissen die migratiestromen op gang brengen en van de economische groei die zorgt voor werkgelegenheid in de stad. De omvang van de binnenlandse migratie hangt vaak samen met de omvang van de buitenlandse migratie in Amsterdam. Een hoge instroom vanuit het buitenland gaat vaak gepaard met een hoge uitstroom van Amsterdammers naar andere delen van Nederland.
Twee scenario’s
In navolging van De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 hebben we twee uiterste toekomstscenario’s verkend om een beeld te krijgen van hoe externe ontwikkelingen en de keuzes van nu de stad van de toekomst kunnen beïnvloeden. Het zijn varianten op de basisprognose van O&S.
- Economische groeimotor: in dit scenario is de stad gericht op het aantrekken van internationale kenniswerkers, wat zorgt voor sterke economische groei, maar ook voor toenemende druk op de woningmarkt en een toenemende ongelijkheid.
- Gezinsvriendelijke stad: in dit scenario ligt de focus op een meer stabiele bevolking, waarbij mensen lang op een plek kunnen en willen blijven wonen. Dit scenario geeft meer ruimte aan gezinnen om in de stad te blijven wonen. Dat komt onder andere doordat er meer ruime en betaalbare woningen gebouwd worden. Dit gaat vaak samen met of is een gevolg van lagere economische groei.
Beide scenario’s zijn niet per se wenselijk voor de stad. Ze hebben allebei hun positieve kanten, maar leiden er ook toe dat bepaalde groepen minder goed in de stad terechtkunnen en dragen bij aan ongelijkheid. In de afgelopen decennia bewoog Amsterdam soms meer richting het ene en soms meer richting het andere scenario. Een stad voor iedereen vraagt om een balans tussen de twee toekomstbeelden.
In het scenario van de economische groeimotor is het moeilijk voor jonge Amsterdammers om een woning te vinden. In het scenario van de gezinsvriendelijke stad is er meer ruimte op de woningmarkt, maar is de economische groei kleiner. Gematigde economische groei heeft het risico dat het doorslaat naar economische stagnatie. Economische stagnatie zorgde tijdens de economische crisis van 2008 tot 2013 juist voor stilstand op de woningmarkt.
De groei van kennisintensieve sectoren heeft de economie in de afgelopen jaren versterkt. Dit leidde tot een grotere instroom van hbo- en wo-opgeleide (internationale) professionals en vergrootte de druk op de woningmarkt. Tegelijkertijd kampt Amsterdam met oplopende tekorten in vitale sectoren zoals de zorg, het onderwijs en de techniek. Die tekorten zullen naar verwachting groter worden door de vergrijzing.
Drie conclusies
De demografische ontwikkelingen leiden tot spanningen op de woningmarkt, in het zorgsysteem en in de economie. Dit rapport vat dat samen in drie conclusies.
1. De door (kennis)migratie gedreven groei van Amsterdam gaat gepaard met een afname van gezinnen en vitale beroepsgroepen in de stad
De huidige door kennismigratie gedreven groei van de bevolking draagt sterk bij aan de economische groei van de stad. Dit trekt vooral kapitaalkrachtige mensen aan en zet via de woningmarkt druk op andere delen van de bevolking. Voor gezinnen en mensen in vitale beroepen wordt het hierdoor steeds moeilijker in de stad te blijven wonen. Inmiddels neemt het aantal gezinnen in de stad in absolute aantallen af, net zoals het aantal geboortes. Daardoor dalen de leerlingaantallen in het basis- en voortgezet onderwijs.
Ondertussen blijven in vitale sectoren – zoals zorg, onderwijs en techniek – grote personeelstekorten bestaan. In deze sectoren werken relatief weinig arbeidsmigranten. Het gevolg is dat Amsterdam steeds afhankelijker wordt van de regio voor arbeidskrachten in vitale beroepen. De vraag is hoe lang het lukt om deze werknemers aan de stad te blijven binden, ook omdat zij in de regio vaak ook aan de slag kunnen.
In het scenario van de economische groeimotor is de verwachting dat de werkende bevolking sterk doorgroeit, maar vooral binnen de internationaal georiënteerde beroepsgroepen. In het scenario van de gezinsvriendelijke stad is de toename van het aantal werkenden kleiner, maar stijgt het aantal Amsterdammers met vitale beroepen wel.
2. De ontwikkeling van de woningmarkt van de afgelopen jaren richting zoveel mogelijk en kleine woningen maakt het voor gezinnen lastiger in de stad te blijven
De ontwikkeling van de woningvoorraad in Amsterdam is de afgelopen decennia sterk meegegroeid met de internationale kenniseconomie van de stad. De woningvoorraad is weliswaar uitgebreid, maar de groei bestond voor een groot deel uit kleine en relatief dure woningen.
Dit aanbod sluit vooral aan bij de vraag van internationale kenniswerkers en alleenstaanden en minder bij huishoudens die zich voor langere tijd op een plek willen vestigen, zoals gezinnen en mensen in vitale beroepsgroepen. De woningmarkt heeft bijgedragen aan een toenemende sociaaleconomische ongelijkheid in de stad.
De sterk toegenomen omloopsnelheid van de bevolking vormt een uitdaging voor de leefbaarheid. Vooral in wijken met veel dure particuliere huurwoningen kennen mensen elkaar het minst. Er is weinig sociale cohesie, wat deze buurten kwetsbaar maakt voor bredere leefbaarheids- en veiligheidsproblemen.
3. Vergrijzing is onvermijdelijk en vergroot de druk op zorg, wonen, voorzieningen en de (beroeps)bevolking.
In de komende 25 jaar zal het aantal inwoners van 65 jaar en ouder sterk toenemen. Vooral het aantal inwoners ouder dan 85 groeit snel (de ‘dubbele vergrijzing’). Dit zal leiden tot een sterke intensivering van de ondersteunings- en zorgvraag, druk op de woningmarkt en op de arbeidsmarkt.
De zorgvraag overstijgt het aanbod en dit verschil wordt naar verwachting groter. Dit kan leiden tot een toenemende ongelijkheid in de toegang tot zorg. Die ongelijkheid neemt nog verder toe doordat juist de groep oudere inwoners met een laag inkomen en de zeer vermogende groep sterk groeien.
Tegelijkertijd neemt de druk op voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) naar verwachting toe, zoals huishoudelijke hulp, rolstoelen, dagbesteding en woningaanpassingen. Deze toenemende vraag komt bovenop bestaande personeelstekorten in de zorg.
Demografie is het startpunt om stedelijke dynamiek te begrijpen en verbindt verschillende grootstedelijke vraagstukken. De gemeente Amsterdam kan geboorte, sterfte en migratie nauwelijks sturen. Maar via woningbouw, economische koers, arbeidsmarktbeleid en voorzieningenplanning kan de gemeente wel de toegankelijkheid en leefkwaliteit beschermen voor huidige en toekomstige bewoners.