Eindevaluatie proef korte wapenstok boa’s in stadsdeel Centrum
- Publicatie
- juni 2026
Tijdens een proefperiode van 1 januari 2024 tot en met 11 december 2025 werden ongeveer 50 boa’s in stadsdeel Centrum voorzien van een korte wapenstok. Vrijwel alle ondervraagde boa’s die tijdens de proefperiode een korte wapenstok hadden, geven aan dat deze tijdens de proefperiode heeft geleid tot meer veiligheid (97 procent). Dat blijkt uit de evaluatie die Onderzoek en Statistiek (O&S) na afloop van de proefperiode uitgevoerde.

37 boa’s vulden een enquête in. Ook zijn vier interviews gehouden met in totaal zes medewerkers van Toezicht & Handhaving Openbare Ruimte (THOR) en de politie die een prominente rol hebben gespeeld bij de organisatie van de proef.
De meeste boa’s die de enquête hebben ingevuld voelen zich weleens onveilig tijdens hun werk (87 procent), van wie 24 procent vaak. Alle ondervraagde boa’s geven aan dat zij tijdens de proefperiode te maken kregen met (non-)verbale agressie. Ook geeft de meerderheid aan te maken te hebben gehad met persoonlijke bedreiging (84 procent), of met fysieke agressie (81 procent).
De meeste boa’s zijn het (helemaal) eens met de stelling dat zij goed getraind zijn om adequaat te reageren op agressie en geweld (70 procent). Ook zegt 84 procent goed te weten waar hun handhavingstaak ophoudt en waar de taak van anderen (zoals de politie) begint.
Wel zegt 43 procent van de ondervraagde boa’s er niet op te kunnen vertrouwen dat de politie snel ter plaatse is als zij om assistentie vragen. Ook heeft 38 procent niet het idee dat zij zich bij (onverwacht) gevaar uit een situatie terug kunnen trekken. Een deel geeft bovendien aan op meldingen afgestuurd te worden waar zij vanwege hun veiligheid liever niet op af zouden gaan (16 procent).
Scholing en training
Van de ondervraagde boa’s voelt 95 procent zich goed getraind in het gebruik van de korte wapenstok. Wel zeggen boa’s dat zij behoefte hebben aan meer trainingsdagen, meer praktijkgerichte en realistische scenario’s en meer aandacht voor de-escalatie. Ook de andere betrokkenen bij de proefperiode geven aan dat meer trainingsuren en meer praktijkgerichte casussen een goede toevoeging aan de training zouden zijn.
Ervaringen
In dit onderzoek bedoelen we met het gebruik van de korte wapenstok het waarschuwen, dreigen, porren en slaan met de wapenstok. Bijna de helft (46 procent) van de ondervraagde boa’s die tijdens de proefperiode beschikten over een korte wapenstok geeft aan deze tijdens de proefperiode eens of vaker te hebben gebruikt. In de meeste gevallen waarschuwden de boa’s voor het pakken van de wapenstok of pakten zij de wapenstok zonder deze daadwerkelijk te gebruiken. Twee boa’s zeggen de wapenstok te hebben gebruikt om te porren en drie boa’s geven aan er tijdens de proefperiode mee te hebben geslagen.
Alle ondervraagde boa’s vinden dat hun collega’s in stadsdeel Centrum op een verantwoorde manier omgaan met de korte wapenstok. Ze geven aan dat ze goed getraind zijn en weten wanneer ze de wapenstok wel en niet mogen gebruiken. De wapenstok wordt volgens boa’s zelden gebruikt en alleen wanneer het echt noodzakelijk is.
97 procent van de boa’s geeft aan dat de korte wapenstok tijdens de proefperiode heeft geleid tot meer veiligheid voor henzelf. Ze lichten toe dat het dragen van de korte wapenstok een preventieve en de-escalerende werking heeft. Als ze de wapenstok dragen, wordt er volgens hen rustiger en minder agressief op ze gereageerd. Ook geeft de wapenstok meer zekerheid als ze wel in een gevaarlijke situatie terechtkomen, omdat ze zich zo nodig kunnen verdedigen. Toch leidde de korte wapenstok volgens 27 procent van de ondervraagden in sommige gevallen ook tot escalatie van een risicovolle situatie. Bij 14 procent van de ondervraagden riep de korte wapenstok weleens agressie op bij burgers.
Van de 17 boa’s die tijdens de proefperiode de korte wapenstok hebben gebruikt, geven 9 aan dat hun professionele nazorg is aangeboden. 13 boa’s melden dat er na het gebruik een debriefing of evaluatie binnen het team heeft plaatsgevonden. De geïnterviewde betrokkenen bij de proefperiode geven aan dat boa’s na een incident tijdens het werk terechtkunnen bij het Incidentenloket of het bedrijfsopvangteam.
Registreren van het gebruik
Als boa’s de korte wapenstok gebruiken om te porren of slaan, zijn zij wettelijk verplicht dit te registreren. Tijdens de proefperiode was afgesproken om ook melding te doen van het waarschuwen voor het pakken van de wapenstok of het pakken van de wapenstok zonder deze daadwerkelijk te gebruiken. Toch werd het gebruik van de korte wapenstok tijdens de proefperiode niet altijd geregistreerd. Dat gold vooral als registratie niet wettelijk verplicht was.
Het merendeel (89 procent) van de boa’s geeft aan goed op de hoogte te zijn van de procedure voor het melden en registeren van het gebruik van de korte wapenstok. Daarnaast vindt 92 procent de procedure duidelijk. Als verbeterpunt benoemen de boa’s en de betrokkenen dat de procedure eenvoudiger kan, omdat zij nu verschillende formulieren naar verschillende personen moeten sturen. Betrokkenen geven aan dat er wordt gewerkt aan een registratiesysteem waarin alle documenten over incidenten op één plek worden verzameld.
Toekomst
Bijna alle ondervraagde boa’s (97 procent) die tijdens de proefperiode een korte wapenstok hebben gedragen, zouden deze willen blijven dragen voor hun eigen veiligheid en die van hun collega’s. Een groot deel (81 procent) vindt dat alle boa’s in de buitendienst in Amsterdam een korte wapenstok zouden moeten krijgen. Zij geven aan dat de kans op agressie en geweld tegen boa’s toeneemt. Daarnaast merken ze op dat de omstandigheden die in Centrum spelen zich ook in andere delen van de stad voordoen. Daarom is het volgens hen belangrijk dat boa’s in de hele stad een korte wapenstok krijgen.
Een deel van de geïnterviewde betrokkenen is het hiermee eens en vindt dat er steeds meer van boa’s wordt gevraagd door de beperkte capaciteit van de politie. Hierdoor komen boa’s vaker in gevaarlijke situaties terecht. De korte wapenstok kan dan helpen om te de-escaleren en hun veiligheid te waarborgen. Tegelijkertijd zeggen zij dat het misschien niet nodig is om alle boa’s in de stad uit te rusten met een korte wapenstok, omdat de problematiek per gebied verschilt.