Enquête Toekomstvisie Sociaal Vervoer
- Publicatie
- september 2026
In de Toekomstvisie Sociaal Vervoer is het streven opgenomen dat iedereen op een betrouwbare en toegankelijke manier door de gemeente Amsterdam moet kunnen reizen, ook Amsterdammers en Weespers van 60 jaar of ouder of met een mobiliteitsbeperking. Om inzicht te krijgen in het reisgedrag en de ervaringen van deze doelgroepen is een vragenlijst uitgezet onder ruim duizend Amsterdammers en Weespers van 60 jaar of ouder en cliënten van het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV).

De meeste ondervraagden verplaatsen zich het vaakst lopend, fietsend of met het reguliere ov. Drie op de tien gebruiken minimaal een paar keer per jaar het AOV. Van alle deelnemers aan het onderzoek geeft 37 procent aan een mobiliteitsbeperking te ervaren, onder de AOV-gebruikers is dit 69 procent.
Beoordelingen en obstakels
De deelnemers geven lopen (7,2), reizen met de auto (7,1) en het ov (7,1) als vervoerwijzen de hoogste gemiddelde rapportcijfers. Het AOV krijgt een 6,9, terwijl de taxi het laagst scoort met een 6,1.
AOV-gebruikers zijn relatief positief over de auto en het vrijwilligersvervoer, maar minder tevreden over fietsen, lopen en het reguliere ov in Amsterdam. Voor AOV-gebruikers zijn de afstanden tot haltes en niet-werkende liften of roltrappen de grootste obstakels in het ov. Ook vinden zij het ov minder vaak veilig en betrouwbaar dan andere reizigers. Genoemde verbeterpunten zijn betere communicatie en toegankelijkheid.
Van alle ondervraagden reist 19 procent vaker met het ov dan een jaar geleden, terwijl 18 procent er juist minder vaak gebruik van maakt.
Bijna een derde van de AOV-gebruikers reist vaker met het AOV dan een jaar geleden, vooral door een verslechterde gezondheid. Aan de andere kant is 27 procent minder met het ov gaan reizen. Dat komt bijvoorbeeld door een daling in de ervaren kwaliteit van het ov of door een verandering in het reisgedrag.