Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Onderzoek naar signalen toeristische branches in 2024-2025

Recente cijfers over de Amsterdamse toerismesector duiden op een verschuivende toerismedynamiek binnen de stad. Aan de ene kant is er sprake van een toename in het verblijfsbezoek en aan de andere kant neemt het dagbezoek af. Daarnaast blijkt uit andere onderzoeken dat de voorkeuren en bestedingspatronen van bezoekers mogelijk zijn veranderd. O&S heeft onderzocht hoe dit zich vertaalt naar de spreiding van bezoekers en hun bestedingen over de stad en uiteindelijk naar de bedrijfsprestaties binnen de branches van de bezoekerseconomie.

Het aantal toeristenovernachtingen in Amsterdam is in 2025 uitgekomen boven het pre-coronaniveau van 2019. Die groei lijkt deels buiten het stadscentrum plaats te vinden, onder andere doordat de hotelcapaciteit in de andere stadsdelen en de omliggende regio relatief snel is toegenomen.

Tegenover deze ontwikkeling staat dat het aantal dagbezoeken is gedaald. Dit komt vooral door regiobewoners en bewoners van andere provincies Amsterdam minder vaak bezoeken. Daardoor verschuift de verhouding tussen nationale en internationale bezoekers. Omdat die groepen verschillen qua bezoekactiviteiten en bestedingspatronen, heeft deze verandering mogelijk invloed op de spreiding van hun bestedingen over de stad.

Daarnaast hebben technologische en macro-economische ontwikkelingen ook invloed op de voorkeuren en bestedingen van bezoekers. Omdat deze continue in beweging lijken te zijn, kan dit leiden tot een wisselend effect op de lokale economie. Het winkel- en horeca-aanbod in de Amsterdamse binnenstad is sterk verweven met de toeristische bestedingen. Daardoor wordt dit aanbod ook beïnvloedt door veranderingen aan de vraagkant.

Cijfers van het CBS laten een omzetgroei zien, die buiten het centrum sterker was dan daarbinnen. Toch variëren de individuele bedrijfsprestaties sterk. Zowel binnen de horeca als de detailhandel en de cultuursector zeggen sommige ondernemers een omzetstijging te hebben, terwijl andere in dezelfde periode juist een daling ervaren.