Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Een derde Amsterdamse leerlingen loopt risico op onderwijsachterstand

  • Merel van der Wouden, Shy Moehamatdjalil
  • 19 oktober 2026

Van de Amsterdamse leerlingen in het primair onderwijs had 31 procent een risico op een onderwijsachterstand in schooljaar 2024/’25. In het voortgezet onderwijs ging het om 32 procent. Onder alle Amsterdamse peuters (van twee tot vier jaar oud) was dit 25 procent. Het percentage peuters en leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand is al geruime tijd aan het dalen.

Onderzoek en Statistiek berekent jaarlijks de potentiële onderwijsachterstanden in opdracht van de directie Onderwijs van de gemeente Amsterdam. De berekening wordt gebruikt om de gemeentelijke subsidie vanuit het onderwijsachterstandenbeleid te verdelen over scholen. De term ‘risico op onderwijsachterstand’ wordt gehanteerd als leerlingen opgroeien in een thuissituatie die mogelijk een minder positief effect heeft op het leren en de ontwikkeling van de leerling.

Net als in voorgaande jaren ligt het aandeel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand het hoogst in stadsdeel Zuidoost. Na Zuidoost ligt dit het hoogst in Nieuw-West en Noord. In Zuid en Centrum ligt het aandeel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand het laagst.

Als we bepalen of leerlingen een risico op onderwijsachterstand hebben, kijken we naar de sociaaleconomische status (SES). We hebben twee basisgegevens gebruikt voor de berekening van de SES: het ouderlijk opleidingsniveau en het huishoudinkomen. Leerlingen met een zeer lage of lage/onzekere SES zijn gedefinieerd als leerlingen met een risico op onderwijsachterstand.

Dit artikel maakt deel uit van het thema

Deel deze pagina: