Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

“Jongvolwassenen nu maken zich veel meer zorgen dan mijn generatie”

Amsterdamse jongvolwassenen zijn minder gelukkig dan vroeger. Een groot deel heeft te maken met mentale problemen of eenzaamheid. Dat vertelde hoofd van Onderzoek en Statistiek Lotje Cohen tijdens De Staat van de Stad op maandag 29 juni. Voorafgaand aan de avond zette Cohen voor ons al eens de feiten op een rij. “Zowel de privé- als de wereldproblematiek speelt heel erg in op jongvolwassenen.”

“Ik had zelf als jongvolwassene een hele zorgeloze tijd”, begint Cohen. “Natuurlijk had ook ik mijn zorgen. Maar het idee dat dat je de toekomst ging veranderen en de wereld ging verbeteren, dat leefde echt bij mij en ook bij de mensen om mij heen. Dat was een zorgeloze basis.”

Dat is volgens Cohen voor de jongvolwassenen van nu heel anders. “De groep die nu volwassen wordt, doet dat in veel onzekerdere tijden dan de generaties hiervoor. De zorgen worden anders en groter. In ieder geval is de wereld instabieler door klimaatverandering en geopolitieke spanningen. Daar maken jongvolwassen zich veel meer zorgen over dan mijn generatie deed.”

Naast zorgen over wereldlijke problemen maakt een groot deel van de Amsterdamse jongvolwassenen zich ook zorgen over hun bestaanszekerheid. Volgens Cohen vragen ze zich af of ze een vaste baan zullen vinden, of ze genoeg geld zullen hebben om een prettig leven te leiden en of ze een (koop)woning kunnen vinden.

Die woonzorgen blijken niet gelijk verdeeld. Cohen: “We zien al jaren dat de leeftijd waarop jongeren uit huis gaan steeds hoger aan het worden is. Maar sinds 2022 is er een opmerkelijke tweedeling. Onder jongvolwassenen die met hun ouders samen in een sociale huurwoning wonen, blijft de gemiddelde leeftijd waarop zij uit huis gaan doorstijgen tot ongeveer 25 jaar nu. Aan de andere kant is die gemiddelde leeftijd van jongeren die met hun ouders in een koopwoning wonen juist weer een beetje gedaald tot 23 jaar. Het maakt dus uit wat je positie en die van je ouders is of jij een huis kan vinden.”

Die ongelijkheid is ook zichtbaar op andere vlakken. Zo is de arbeidsparticipatie onder jongeren tussen 15 en 26 jaar toegenomen. Cohen: “Dat geldt alleen niet voor niet-schoolgaande jongvolwassenen; onder hen is de arbeidsparticipatie juist afgenomen. Dit is een kwetsbare groep.” Ook hebben jongvolwassenen met een zwakke sociaaleconomische positie vaker te maken met mentale problemen.

Eenzaamheid

Sowieso lijkt het met de mentale gezondheid van Amsterdamse jongvolwassen de afgelopen jaren steeds minder goed te gaan. “Uit onderzoek komen jongeren de laatste tijd steeds als alarmgroep naar voren op het gebied van mentaal welzijn en geluk”, vertelt Cohen. Het aandeel 18- tot en met 24-jarigen dat zich (erg) gelukkig voelt, daalde van 87 naar 70 procent tussen 2010 en 2024.

De mentale gezondheid hangt samen met eenzaamheid. Onder de huidige Amsterdamse jongvolwassenen is eenzaamheid een serieus probleem. “Er zijn twee groepen bij wie we zien dat eenzaamheid vaak voorkomt. Aan de ene kant de jongeren die vanuit het buitenland naar Amsterdam komen. Zij moeten hier een plek verwerven, kennen weinig mensen en hebben weinig aansluiting. Daarnaast voelt de groep met mentale problemen zich ook vaak eenzaam.”

Cohen benadrukt ook de rol van sociale media. Volgens haar is er een relatie tussen veel sociale mediagebruik en een slechte mentale gezondheid en eenzaamheid. “Dat geldt zeker voor mensen die echt heel veel tijd op sociale media zitten en die zelf ook vinden dat ze dat te veel doen.”

Uitvergroot en ongelijk

De problemen spelen onder jongvolwassenen in Amsterdam ook sterker dan landelijk. Amsterdamse jongvolwassenen hebben vaker mentale problemen en zijn vaker eenzaam. Waar in Amsterdam het aandeel dat zich gelukkig voelt tussen 2010 en 2024 met 17 procentpunt afnam, is dat in heel Nederland 8 procentpunt. “Eigenlijk zien we een soort uitvergroting van die problemen in Amsterdam”, vat Cohen samen.

Ondertussen gaat het op veel andere vlakken juist heel goed in de stad in vergelijking met Nederland. “De uitgangspositie van jongvolwassenen in de stad wordt steeds beter”, zegt Cohen. “We zien dat zij steeds vaker hbo- en wo-diploma's halen. Er zijn minder jongvolwassenen die geen startkwalificatie hebben. Zonder startkwalificatie is het moeilijk om de arbeidsmarkt te betreden.”

En volgens Cohen is er in Amsterdam ook een groep met wie het juist heel goed gaat. Zij zijn gelukkig, verdienen veel geld en hebben een mooie baan. Maar dat succes lijkt dus niet gelijk verdeeld over alle jongvolwassenen.

Gevraagd naar wat de stad voor de jongvolwassenen kan doen, keert Cohen terug bij waar ze begon: “Stap één is begrijpen dat hun wereldbeeld echt anders is dan dat van mensen van mijn generatie of ouder.”

Lotje Cohen werd eerder deze maand benoemd als hoofd van de afdeling Onderzoek en Statistiek, nadat ze die rol al een jaar waarnam nadat Jeroen Slot in 2025 met pensioen ging. Deze Staat van de Stad was de eerste keer dat ze de cijfers namens O&S deelde. “Het is leuk dat ik me bezig mag houden met heel veel verschillende soorten thema’s en dat ik die mag samenbrengen, bijvoorbeeld tijdens de Staat van de Stad. Dat maakt dit werk waanzinnig eervol.”