Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Staat van het Amsterdamse voortgezet (speciaal) onderwijs

  • Publicatie
  • november 2022

Hoe gaat het met de Amsterdamse leerlingen en haar docenten in het voortgezet (speciaal) onderwijs? Dat is de vraag die in de staat van het Amsterdamse v(s)o centraal staat. Het Amsterdamse v(s)o heeft een divers onderwijslandschap en telt bijna honderd scholen, 47.000 leerlingen en 4.000 docenten.

Downloads

  • De staat van het Amsterdamse V(S)O
  • Poster Staat van het Amsterdamse V(S)O

De resultaten uit het onderzoek zijn samen te vatten in twee hoofdlijnen:

  • Toename aantal leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders en vwo-adviezen vergroot segregatie
  • Veel leerlingen halen niveau basisschooladvies maar alarmerende signalen over welzijn, ondertussen loopt het docententekort verder op

Het onderzoek is door Onderzoek & Statistiek uitgevoerd in opdracht van de 23 besturen die samenwerken in het Overleg van Schoolbesturen in het Voortgezet Onderwijs (OSVO).

Zie ook

Middelbare scholen in Amsterdam naar niveau, oktober 2021

Bron: OJZ, Gemeente Amsterdam

Lijn 1

Toename aantal leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders vergroot segregatie

Het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders is de afgelopen tien jaar gestegen van 38% naar 51%. Deze leerlingen zijn de afgelopen jaren steeds meer samen gaan clusteren op een deel van de Amsterdamse scholen. Deze vorm van segregatie hangt sterk samen met de niveaus die op de scholen worden aangeboden, de concentratie van leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders is het sterkst gestegen op de havo/vwo- en vwo-scholen in de stad. Gemiddeld heeft 86% van de leerlingen op categorale vwo–scholen en 70% op havo/vwo-scholen hbo/wo-opgeleide ouders. Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders reizen gemiddeld net wat verder voor hun school dan leerlingen van anders opgeleide ouders, onafhankelijk van het advies dat ze hebben. Om te kijken in hoeverre schoolkeuze een rol speelt in de mate van segregatie is er gekeken naar wat er gebeurt als iedere leerling naar de dichtstbijzijnde school zou gaan op het niveau van zijn of haar basisschooladvies. De scholen zouden dan een stuk gemengder zijn op het gebied van het opleidingsniveau van de ouders.

Verdeling leerlingen

Bron: CBS/gemeente Amsterdam, bewerking O&S

Stijging van het aandeel leerlingen met een vwo-advies

Het aandeel leerlingen dat in groep 8 een advies voor het vwo krijgt stijgt al jaren in Amsterdam. De centrale loting en matching waarmee kinderen op een middelbare school worden geplaatst knelt juist hier. Het aandeel leerlingen dat op de school van eerste voorkeur is geplaatst was de afgelopen jaren het laagst onder de kinderen met een havo- (70% in 2021), havo/vwo- (63%) en vwo-advies (71%). Het aantal leerlingen in het Amsterdamse vo blijft naar verwachting tot schooljaar 2023/’24 stijgen, waardoor het tekort aan plekken op de meest populaire scholen nijpender zal worden.

Basisschooladviezen Amsterdamse leerlingen

Bron: CBS, bewerking O&S

Lijn 2

Veel leerlingen halen niveau basisschooladvies maar alarmerende signalen over welzijn

In Amsterdam stromen relatief veel leerlingen in met een hoger basisschooladvies voor het vervolgniveau op de middelbare school dan dat zij op de centrale eindtoets hebben laten zien. Daarnaast ontvangen Amsterdamse leerlingen die een lager schooladvies hebben ontvangen dan het toetsadvies hierna vaker een bijgesteld advies dan landelijk. Deze hoge verwachtingen van de leerlingen worden ook vaak waargemaakt, want de meeste leerlingen (75%) halen het niveau van het basisschooladvies. Dit geldt ook voor leerlingen met een bijgesteld hoger advies, 67% van deze groep maakt hun toetsadvies waar. Van de leerlingen zonder bijgesteld advies heeft een kwart een diploma op een hoger niveau gehaald, dus op het niveau dat de eindtoets aangaf. Wanneer zij kansrijk waren geadviseerd en een bijstelling hadden gekregen zou wellicht een groter aandeel een diploma op het niveau van hun toetsadvies hebben gehaald.

Schooladvies en toetsadvies

Bron: CBS, bewerking O&S

Behaald diploma ten opzichte van het schooladvies en toetsadvies in Amsterdam, leerlingen met een basisschooladvies uit 2014/’15 die op de middelbare school zijn gestart in schooljaar 2015/’16 (procenten)

Niet alle leerlingen volgen een rechtlijnige schoolloopbaan, zo wisselen twee op de tien leerlingen van school voor de vierde klas, blijft 9% een keer zitten, en stroomt een relatief groot deel van de Amsterdamse leerlingen na het behalen van een vmbo-t diploma door naar de havo. We zien hierbij verschillen tussen jongens en meisjes: jongens blijven vaker zitten, wisselen vaker van school en stromen vaker af. Uiteindelijk zien we grote verschillen tussen het aandeel leerlingen dat een startkwalificatie haalt; van de 26-jarigen met ouders met een lage sociaaleconomische status heeft 16% geen startkwalificatie behaald tegenover 2% van de 26-jarigen met ouders met een hoge sociaaleconomische status.

Naast deze cognitieve resultaten zijn er alarmerende signalen over het welzijn van kinderen in het vo. De helft van de leerlingen ervaart stress, een derde heeft psychische klachten en een vijfde heeft serieus nagedacht over suïcide. Vooral meisjes op havo/vwo niveau ervaren stress (70%) en kampen met psychische klachten (45%).

Sociaal-emotioneel welzijn

Bron: Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, GGD’en en RIVM

Sociaal-emotioneel welzijn: meisjes op havo/vwo

Bron: Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, GGD’en en RIVM

Ondertussen loopt het docententekort verder op

Tegelijkertijd geeft de helft van de ondervraagde docenten aan dat zij te weinig tijd en ruimte ervaren om hun leerlingen te begeleiden en ondersteunen en loopt het docententekort verder op. Dit is tevens het meest genoemde aspect om het werk als docent aantrekkelijk te maken. Een derde van de ondervraagde docenten geeft aan het Amsterdamse onderwijs (deels) te willen verlaten. Docenten in het vo geven een 6,9 voor hun werkplezier en een 7,1 voor de voldoening op werk. Docenten in het vso zijn meer tevreden over het werk dat ze doen, zij geven een 7,5 voor hun werkplezier en de voldoening die zij uit hun werk halen. Docenten in het vso geven daarnaast minder vaak dan docenten in het regulier vo aan dat ze te weinig tijd en ruimte hebben om leerlingen te begeleiden en te ondersteunen.

Rapportcijfers voor werk en werkplezier

Bron: docentenenquête O&S

In gesprekken met leerlingen werd het belang van goede begeleiding onderstreept. Betrokken mentoren hebben vaak een belangrijke rol gespeeld in de v(s)o-schoolloopbaan. Wanneer de standaardondersteuning voor een leerling niet voldoende is, is het aanbod van persoonlijke trajecten binnen school belangrijk. Naast deze factoren binnen de school is het informele netwerk buiten school van invloed op de schoolloopbaan van leerlingen, denk hierbij aan een ondersteunende thuisomgeving en aan andere familieleden. Maar ook intrapersoonlijke factoren spelen een rol, zoals intrinsieke en extrinsieke motivatie en motiverende afleiding. Sport is een goede manier voor veel leerlingen om actief te zijn en te blijven en afleiding te hebben van school. Amsterdamse leerlingen bewegen echter relatief weinig in vergelijking met het landelijk gemiddelde.

Factoren in schoolloopbanen

Binnen school: Ondersteuning vanuit school en persoonlijke trajecten. Buiten school: Informeel netwerk en intrapersoonlijke factoren.

Bron: interviews leerlingen en docenten

Daling niveau voor Nederlandse leesvaardigheid en rekenen/wiskunde

Onder recent ingestroomde leerlingen is het niveau voor Nederlandse leesvaardigheid en rekenen/wiskunde gedaald. Er starten dus relatief meer leerlingen op achterstand voor deze vakken. Vanuit onderzoek in het primair onderwijs weten we dat dit vooral de meer kwetsbare leerlingen zijn met een risico op onderwijsachterstand.

Nederlandse leesvaardigheid

Bron: Cito, bewerking O&S

Nederlandse leesvaardigheid – start leerjaar 1, aandeel leerlingen per referentieniveau naar onderwijstype en schooljaar, 2019/’20 – 2021/’22

Terwijl we over het algemeen zien dat veel leerlingen in Amsterdam de hoge verwachtingen vanuit groep 8 waarmaken, is er ook een groep die juist te maken heeft met lagere verwachtingen, namelijk de leerlingen met ouders die maximaal een mbo-1 opleiding hebben afgerond. Hun eindtoets wijst vaker dan gemiddeld op een hoger advies dan het schooladvies en zij krijgen minder vaak een bijgesteld schooladvies. Daarnaast hebben zij in vergelijking met leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders een grotere kans om een lager diploma te halen dan het schooladvies en een kleinere kans om een hoger diploma te halen.

Deze publicatie maakt deel uit van het thema
Deel deze pagina: