Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

De loop van de Amsterdamse bevolking

De toename of afname van het inwoneraantal (de 'loop' van de bevolking) is een optelsom van geboorte en sterfte en vestiging en vertrek uit binnen- en buitenland. Hoe en door welke oorzaken is het inwonertal van Amsterdam sinds 1900 veranderd?

Voetgangers in het centrum

Recente ontwikkelingen

In 2025 nam het aantal inwoners in Amsterdam toe met 7.500. Daarmee telt de stad op 1 januari 2026 941.873 Amsterdammers. In 2025 kreeg de stad er per saldo 14.000 inwoners bij door buitenlandse migratie. Het saldo voor de binnenlandse migratie was negatief: -10.000. De natuurlijke groei, veroorzaakt doordat er in Amsterdam meer geboorte dan sterfte is, was in 2025 3.500.

Urbanisatie

Tussen 1900 en 1960 groeide het inwonertal van Amsterdam sterk. De urbanisatie was in volle gang; velen trokken naar de stad in de hoop er werk en een beter bestaan te vinden. Ook werd de stad flink uitgebreid door de bouw van vele nieuwe woningen en door annexaties. Door vooruitgang in medische kennis en verbetering van de hygiëne nam de sterfte af - met name onder zuigelingen. De groei stagneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen tienduizenden Amsterdamse joden uit de stad zijn weggevoerd en in concentratiekampen zijn vermoord.

Wederopbouw

Vlak na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal inwoners snel. In 1946 was de trek naar de stad groot, zowel vanuit binnen- als buitenland. Maar het sterkst groeide de stad door het grote aantal geboorten: ruim 22.000. Ook in de jaren hierna werden veel zogeheten babyboomers geboren, waardoor de natuurlijke aanwas (geboorte min sterfte) groot was. In 1959 bereikte het inwonertal een record. In januari van dat jaar telde de stad 872.428 inwoners. Pas zestig jaar later, in de herfst van 2019, kwam het inwonertal voor het eerst weer boven dit niveau.

Suburbanisatie

Van 1959 tot 1985 nam het aantal inwoners af. In de stad waren te weinig woningen en de komst van de auto maakte de afstand tussen stad en omgeving overbrugbaar. De toegenomen welvaart maakte ruimere woningen elders bereikbaar: de suburbanisatie begon. Veel gezinnen verhuisden naar gemeenten waar veel gebouwd werd, waaronder Purmerend en Lelystad.

In 1973 bereikte het binnenlands migratiesaldo (vestiging min vertrek) een dieptepunt. In dat jaar verlieten 45.000 inwoners de stad; een record tot dan toe. Doordat veel jonge stellen en gezinnen de stad verlieten, was de natuurlijke aanwas tussen 1970 en 1985 laag en soms zelfs negatief. Pas in 2017 werd het record uit 1973 verbroken.

Gastarbeiders en stadsvernieuwing

In de jaren zeventig en tachtig kwamen veel Turkse en Marokkaanse mannen als gastarbeider naar de stad. Het buitenlands migratiesaldo nam hierdoor toe. Later, toen de gezinnen van de gastarbeiders overkwamen, bleef het saldo hoog. Ook groeide het aantal immigranten uit voormalige koloniën.

Door de instroom van nieuwe, jonge bewoners nam het aantal geboorten in de stad weer toe. Maar ook de stadsvernieuwing zorgde ervoor dat de stad steeds aantrekkelijker werd. Tussen 1985 en 2000 nam de natuurlijke aanwas steeds verder toe.

Sterke groei

Tussen 2000 en 2014 is de groei van het inwonertal overwegend het gevolg van de natuurlijke aanwas: meer geboorte dan sterfte. Tijdens de woningmarktcrisis van 2008 tot 2013 droeg ook de binnenlandse migratie bij aan de groei. Veel gezinnen bleven in deze periode in de stad wonen; het binnenlands vertrek nam af.

Buitenlandse groei, binnenlandse krimp

Sinds 2015 neemt de Amsterdamse bevolking vooral toe door buitenlandse migratie. In 2022 steeg het buitenlands migratiesaldo naar ruim 28.000, een record. De groei kwam voort uit jaren van steeds verdergaande internationalisering, maar werd versterkt door de komst van Oekraïners die hun land ontvluchtten. De binnenlandse migratie zorgt juist voor krimp: sinds 2015 verhuizen meer mensen vanuit Amsterdam naar de rest van Nederland dan andersom.

Het zijn vooral jonge gezinnen die de stad verlaten, maar ook onder jongvolwassenen zien we hoge vertrekkansen. Overigens verlaat ook een deel van de nieuwkomers uit het buitenland de stad weer door naar een andere gemeente te verhuizen. Nog altijd spelen studie, baankansen en geschikte woningruimte een grote rol bij het besluit om naar de stad toe te komen – maar ook om die weer te verlaten.